SciComNL

Op dinsdag 11 februari vond de 2020 SciCom NL ALV plaats, met daarin onder andere een bestuursoverdracht. Hieronder stellen de nieuwe bestuursleden zich voor. Wat zal opvallen, als het goed is: we missen een penningmeester. Onze beoogde nieuwe penningmeester heeft zich op het laatste moment teruggetrokken vanwege een nieuwe baan. Wij zijn dus naarstig op zoek naar uitbreiding van het bestuur met iemand die de financiën onder zijn/haar hoede wil nemen! Kandidaat? Meer informatie? Mail naar bestuur@scicom.nl!

Vlnr: Roy, Dieudonnée, Giovanni en Frederike

Giovanni Stijnen (gedeeld voorzitterschap)

Program & Business development voor NEMO & THNK School of Creative Leadership 
“Ik stond aan de wieg van NEMO Kennislink en de afdeling Wetenschapscommunicatie bij NEMO. Met plezier en trots hebben we een  klein project laten uitgroeien tot het merk NEMO Kennislink met het brede portfolio dat het nu heeft. De laatste jaren richt ik me op het ontwikkelen van nieuwe vormen van WTC. Door vormgeven en acquisitie van nieuwe programma`s en projecten, initiëren van onderzoek en strategische partnerships. Via THNK School probeer ik in internationaal verband de wetenschapscommunicatie te verbinden aan de belangrijke transities waar we samen mondiaal voor staan. Ik ben ervan overtuigd dat de WTC nog veel meer impact kan hebben. De grote uitdagingen van deze tijd vragen hierom. SciCom NL kan bijdragen  het veld sterker te positioneren en verbinden. Ik hoop dat samen met de nieuwe bestuurders, het veld, zusterverenigingen en vooral onze leden vorm te geven. Het is een eer om het stokje over te nemen van de oud-bestuurders.”

Volg Giovanni op LinkedIn of Twitter @giovannistijnen

Frederike Schmitz (gedeeld voorzitterschap)

Life Science Communicator
“Mijn achtergrond ligt binnen het gebied Life Sciences. Ik heb zelf lang als onderzoeker in verschillende labs (NL, VS) en als ‘Scientific Writer’ binnen de industrie gewerkt.
Vaak wordt er geroepen dat we, binnen de Life Sciences, midden in een ‘reproducibility crisis’ zitten: veel wetenschappelijke studies kunnen niet herhaald worden. Wat is er nodig om dit te verbeteren? Bewegingen zoals ‘Open Science’, hergebruik van data en andere manieren om wetenschappers te belonen en iedereens bijdrage eraan te waarderen (zie #wetenschapper2030) kunnen een positieve veranderingen brengen. Ook verantwoordelijke wetenschap en techniekcommunicatie (WTC) over publicaties maar ook over het vaak rommelige wetenschappelijke proces kan helpen feiten en kennis in samenhang te plaatsen. Maar hoe betrek je de wetenschappers hier actief bij? Het valt mij namelijk op dat ik heel weinig wetenschappers zie bij discussies rond WTC. En dat verbaast mij niet, zeker als je bedenkt dat wetenschappers een erg hoge werkdruk ervaren en voor WTC niet genoeg waardering krijgen. Het zou fijn zijn als SciCom NL meer wetenschappers bij WTC kan betrekken. Ook is het belangrijk dat wij, samen met anderen, de problemen beter in kaart brengen om samen oplossingen te bedenken en daar draagvlak voor te krijgen. Door ons diverse netwerk (zie infographic in de bijlage) kunnen wij innovatieve projecten zoals SciComLab en het Mindset House creëren en ik hoop dat we in de toekomst SciCom NL ook internationaal goed laten aansluiten met soortgelijke ontwikkelingen in andere landen.”

Volg Frederike op LinkedIn of Twitter: @analytictransl

Dieudonnée van de Willige (secretaris)

Research communications officer, Department of Data Science and Knowledge Engineering/Faculty of  Science and Engineering, Maastricht University
“De afgelopen jaren heb ik de wetenschap leren kennen als promovenda. In die tijd was (WT)C nooit ver weg, maar bleef het wel beperkt tot de avonduren. Ik was bijvoorbeeld deelnemer aan de theatershow ScienceBattle en schreef 3,5 jaar columns voor de regiobijlage van De Telegraaf. Sinds een jaar ben ik eindelijk aanbeland bij het doel dat ik mezelf tien jaar geleden stelde: een baan als WTC’er. Dat werd er één bij de nieuwe bètafaculteit van de Universiteit Maastricht.
Ik zie WTC als iets waar niet alleen de maatschappij, maar ook de wetenschap zélf beter van kan worden. Dat laatste heeft mijn bijzondere interesse. Hoe kunnen communicatie-afdelingen wetenschappers straks bijvoorbeeld optimaal ondersteunen, als er inderdaad een carrièrepad afsplitst dat impact centraal stelt én beloont? Maar ook: hoe blijven we maatschappelijk en politiek draagvlak garanderen? Ik heb SciCom NL leren kennen als een fijne groep mensen die graag nadenkt over de volgende stap, en het niet alleen bij filosoferen laat. Voor zo’n club zet ik me graag in.”

Volg Dieudonne op LinkedIn of Twitter @DieudonneeW

Roy Meijer (algemeen bestuurslid)

Adviseur Wetenschapscommunicatie TU Delft, medeoprichter en oud-secretaris/penningmeester SciCom NL 
“Medeoprichter en oud-secretaris/-penningmeester van deze club. We hebben de afgelopen vijf jaar met SciCom NL iets heel moois opgebouwd, al zeg ik ‘t zelf, en nu is het tijd voor nieuwe (dagelijks) bestuursleden om op basis daarvan een volgende stap te gaan zetten. Goede ideeën volop bij het nieuwe team, dus ik kan met een gerust hart en vol vertrouwen de overstap naar gewoon bestuurslid zetten. In deze functie hoop ik te kunnen (blijven) zorgen voor wat ervaring en ‘geheugen’ in het bestuur, en heb ik daarnaast wat meer tijd voor SciComLab, spinoff Mindset House, en de SciCom NL boekenclub. “

Volg Roy op LinkedIn of Twitter: @RoyMeijer

Boekbespreking "Connection - Hollywood storytelling meets critical thinking" van Randy Olson, Dorie Barton, Brian Palermo (Prairie Starfish Productions, 2013.

Door David Redeker, communicatieadviseur, wetenschapsjournalist en trainer

"Die is voor mij." Dat dacht ik toen ik de oproep op de maillijst van SciCom NL zag om het boek te recenseren over Hollywood storytelling meets critical thinking. Ik ben namelijk als improvisatieacteur al tien jaar bezig met storytelling en geef sinds het najaar van 2018 samen met Marloes ten Kate workshops Scientific Storytelling. Dus dit boek wilde ik wel eens aan een kritische blik onderwerpen. En gelukkig, na een paar spannende dagen wachten op de boekrecensietrekking, bleek het lot mij gunstig gezind en mocht ik het boek recenseren.

Drie schrijvers, één boek
Eerst maar eens over de schrijvers. Dr. Randy Olson is een Amerikaanse ex-bioloog die documentaires is gaan maken. Hij schreef eerder het boek 'Houston, we have a narrative' (zie recensie van Marianne Heselmans). Dorie Barton is een actrice en scriptschrijver in Hollywood. Brian Palermo is een acteur en improvisatiedocent uit Los Angeles. Samen geven Olson, Barton en Palermo trainingen in storytelling. Na een paar jaar van die trainingen gegeven te hebben, vond Olson het wel eens tijd voor een boek. De titel luidt voluit "Connection - Hollywood storytelling meets critical thinking". En die titel is meteen al een voorbeeld van 'doen wat je belooft'. De schrijvers beloven namelijk dat je dankzij het boek je eigen verhaal op drie manieren kunt samenvatten: in één woord, in één zin en in één alinea.

Eén woord
Eerst maar eens dat ene woord. Dat is het thema van je verhaal. Bij dit boek is dat 'connection', verbinding. Het boek gaat over verbinding omdat drie schrijvers één boek schrijven en omdat je als verhalenverteller verbinding moet zoeken met je publiek. Overigens valt het niet altijd mee om je verhaal in één woord samen te vatten. Volgens Olson (hij schrijft dit deel van het boek) kun je het thema vinden door je verhaal aan een groepje mensen te vertellen en die mensen dan te vragen wat het thema is. Hmm. Als je geen groepje mensen tot je beschikking hebt, kun je het volgens mij ook zelf doen door met jezelf te brainstormen. Het mooiste is als het thema-woord een emotionele lading heeft. Emoties zijn namelijk een krachtig middel bij verhalen vertellen. Maar daarover later meer.

Olson leert de lezer overigens ook meteen even hoe je lastige vragen kunt ontwijken tijdens een interview. Als je het echt niet meer weet, aldus Olson, dan zeg je gewoon: "Kijk, waar het eigenlijk allemaal om draait, is <voeg hier je thema in>." De 'Kijk' kende ik al, maar de combinatie met het thema was nieuw voor mij. Leuk!

Eén zin
Oké, genoeg over het ene woord. Dan het verhaal in één zin. Hoe pakken we dat aan? Daar kan ik hier kort over zijn, want Olson (hij schrijft ook dit deel) heeft daarvoor rijkelijk geput uit zijn eerdere boek 'Houston, we have a narrative' dat door Marianne Heselmans is besproken. Alles draait hier om het en-maar-daarom-schema (in het Engels ABT - And, But, Therefore) Het mooie van die en-maar-daarom is dat je meteen de kern van je verhaal te pakken hebt. Het voorbeeld van Marianne Heselmans:

Familie Jansen is gelukkig EN leeft in een vriendelijk stadje. MAAR toen kwam er ineens een zwaar gewapende rover het stadje binnen. (Nu wil je weten: en toen?). DAAROM gingen ma Jansen en buurtbewoners zich organiseren in patrouilles…..

Het en-maar-daarom-schema is handig in persberichten en presentaties en als je jaarverslagen of strategische agenda's moet redigeren, maar er niet veel mag veranderen aan de teksten. Je kunt er dan 'stiekem' een intro boven zetten. Het mooie is als je van elk hoofdstuk het intro's pakt, je ook al bijna je managementsamenvatting klaar hebt, maar dat terzijde.

Tijdens onze workshops Scientific Storytelling merken we dat veel wetenschappers het moeilijk vinden om met de deur in huis te vallen. Je hoeft natuurlijk ook niet meteen alles te verklappen. Maar je kunt bijvoorbeeld wel zeggen: "Ik ga nu het verhaal vertellen over hoe wij een kosmische explosie vanaf het begin hebben bestudeerd: het begon allemaal op 5 december 2017." (wil je weten hoe dit verdergaat, lees dan het persbericht 'Kosmische explosie in de kiem gekiekt').

Eén alinea
Hoe krijg je je verhaal in één alinea? Daarvoor komt scriptschrijver Dorie Parton om de hoek kijken. Ze schrijft en herschrijft al jaren Hollywoodscripts en heeft een invulformulier bedacht met negen open plekken. Elk verhaal, aldus Parton, past met wat handgrepen in het invulformulier. Het invulformulier, Parton noemt het de Logline Maker, luidt als volgt:

In een normale wereld wordt het leven van een imperfecte hoofdpersoon overhoopgegooid door een schokkende gebeurtenis. Nadat onze 'held' de schok te boven is, onderneemt hij actie. Maar als de problemen groter worden, moet onze held een les leren om zijn tegenstander te verslaan. Daardoor bereikt ze uiteindelijk haar doel.

Star Wars
De meeste zinsdelen kun je veranderen door wat anders en zo ontstaat er steeds een ander verhaal. Parton laat als voorbeeld de Logline Maker los op de film Star Wars (1977):

In een tijd van galactische oorlogen, op een rustige boerderij, wordt het leven van een ongeduldige jongeman overhoopgegooid als hij een bericht vindt van een ontvoerde prinses en hij een oude man ontmoet die hem over 'The Force' vertelt. Nadat zijn familie is vermoord, huurt de jonge man een eigenwijze piloot in om hem te helpen de prinses en de rebellenalliantie te redden. Maar als de thuisplaneet van de prinses is vernietigd en de jongeman zich in het ruimtestation van de vijand bevindt moet hij leren hoe hij 'The Force' kan gebruiken. Zo kan hij de vijand vernietigen en de prinses en de rebellen redden.

Pixar Story Spine
Ik moet bekennen dat ik de Logline Maker best ingewikkeld vind. In onze workshops hanteren we liever de Pixar Story Spine. Die verhaalstructuur is overigens oorspronkelijk niet van Pixar, maar komt uit de wereld van het improvisatietheater. Hij gaat als volgt:

  1. Er was eens...
  2. Elke dag...
  3. Op een dag...
  4. En daardoor...
  5. En daardoor...
  6. Totdat...

Deze Pixar Story Spine bevat veel overlap met de Logline Maker. Het fijne aan die van Pixar is dat ie gemakkelijk te onthouden is. Het voordeel van de Logline Maker is dan weer dat je gedwongen wordt om een hoofdpersoon met wensen en obstakels te introduceren. In onze workshops leren we daarom dat bij 'Er was eens' een hoofdpersoon centraal staat met een verlangen en dat er halverwege, bij de 'En daardoors' obstakels kunnen komen.

Impro - emoties
En dan is het in het boek eindelijk tijd voor improvisatie. Brian Palermo, gelouterd improacteur en improdocent mag zijn zegje doen. In het boek komt hij niet zo goed uit de verf. Hij kan gewoon minder goed schrijven dan Olson en Barton. Dat is wel jammer, want Palermo zegt best een aantal goede dingen. De belangrijkste wat mij betreft, is dat een goed verhaal emotie moet bevatten.

Waarom moeten er emoties in een verhaal? Dat is om de connectie te maken met je toehoorders, kijkers of lezers. Stel, zo zegt Palermo, dat jij aandacht wil voor de vlamvertrager trisfosfaat. Dan zou het zo maar kunnen dat als jij honderd mensen bij elkaar zet, er maar twee of drie meteen warm worden van dit onderwerp. Hoe krijg je die andere 97 mensen geïnteresseerd? Met emoties! Wil je weten hoe dat werkt? Kijk dan naar het filmpje 'My Toxic Couch' over vlamvertragers. Na, tien seconden komt de emotie. Een vrouw zegt: "Ik zit op de vloer omdat ik bang ben voor mijn bank." Bang, aldus Palermo, is een krachtige emotie. Die 97 mensen die eerst niks wilden weten van vlamvertragers, zijn allemaal wel eens bang. Nu heb je hun aandacht en nu kun je verder met je verhaal.

Oefening baart kunst
Goed, lang verhaal, kort. Wat hebben we aan het boek? Is het een beetje om door te komen? Nou, het is in het Engels en geschreven in spreektaal. Ik moest wennen aan de spreektaal, omdat de structuur minder helder is. Aan de andere kant leest het wel lekker losjes en kunnen de schrijvers veel verhalen en anekdotes kwijt. Verder spreekt de aanpak van één woord, één zin en één alinea me aan. Die is ook heel handig voor mediaoptredens, persberichten en andere communicatie-uitingen. Ook fijn dat het boek ingaat op het belang van emoties. Gelukkig zijn er op het eind nog bijlagen met praktische tips, voorbeelden en oefeningen. Die zijn zeer welkom, want in de rest van het boek blijft het vaak nog wat oppervlakkig.

Moet je dit boek nou lezen als je een goede storyteller wil worden? Ik denk dat het zeker geen kwaad kan. Maar, zoals met veel boeken geldt: je leert het pas echt als je ermee aan de slag gaat.

Dit is de negende boekbespreking in onze reeks.

  1. The Chicago Guide to Communicating Science
  2. Houston, we have a narrative
  3. If I understood you, would I have this look on my face?
  4. Not A Scientist: How Politicians Mistake, Misrepresent, and Utterly Mangle Science
  5. Science journalism, an introduction
  6. Pencil me in: The Business Drawing Book for People Who Can’t Draw
  7. Trust me, I’m lying. Confessions of a media manipulator
  8. Communicatie in positie

Heb je zelf een boek waarvan je denkt dat hij in deze reeks past, dan horen we ’t graag!

 

 

door Simone de Jong, strategisch adviseur bij Maatschap voor Communicatie

Niet lang geleden sprak ik iemand bij een grote organisatie in het publieke domein over hoe we een ingewikkeld dossier, en relevante signalen daarover uit de organisatie, bij het bestuur terug op tafel konden krijgen. Welke stappen we daarin konden nemen, hoe die van elkaar afhankelijk waren, en door welke externe ontwikkelingen deze mogelijk beïnvloed zouden worden. “Maar dat is toch helemaal geen communicatie?”, kreeg ik te horen. Ik stond even met mijn mond vol tanden. Dat is toch juíst communicatie?

Hoewel ik niet alleen maar onverdeeld positief ben over het boek “Communicatie in positie” van Betteke van Ruler, heeft dit boek mij wél woorden gegeven die mij helpen beschrijven hoe ik communicatie zie. En dat alleen dat al is de moeite van het lezen waard. Mijn advies is dan ook: lees het! Wetende dat het een studieboek is, dat het ongetwijfeld hier en daar de nodige ergernis oproept om de normatieve uitspraken, en dat het je met een dosis vragen op pad stuurt waar je ‘u’ tegen zegt… lees het, het is de moeite waard.

Lees het hele verslag

Meer, meer clicks, shares, likes, data. Dat is wat online publicaties – alles van tweets tot blogs tot krantenwebsites – willen. Of de verhalen die ze posten en verspreiden kloppen, is onbelangrijk. Nieuws dat nog niet is geverifieerd of simpelweg niet waar is, wordt op grote schaal rondgepompt op internet en voor waar aangenomen in de realiteit. Het kan verkiezingen beïnvloeden en mensen in gevaar brengen. “Welcome to unreality”, schrijft de marketeer Ryan Holiday in zijn boek Trust me, I’m lying. Confessions of a media manipulator’, “It’s fucking scary.” Vertelt het boek iets nieuws? Slinkse verkooptactieken en het rondbazuinen van broodjes aap zijn van alle tijden. Holidays boodschap dat ook de serieuze journalistiek er volop aan meedoet en zijn invalshoek maken het boek toch relevant. Holiday is namelijk een ‘mediamanipulator’. Hij laat zien hoe hij online publicaties bespeelt en daarmee alle nieuws naar zijn hand zet.

Lees het hele verslag

Are you doodling during meetings and talks? Scribbling those meaningsless patterns and forms? Good chance that you have found, probably unknowingly, a way to keep focussed while listening to something that bores you. As befriended psychiatrist Lineke Tak told me: 'I have a very agile mind. I'm thinking all the time about all kinds of things. Doodling distracts my mind enough so that I can stay concentrated during a meeting.'
Or planetary scientist Sarah Noble (@IntrplnetSarah) who tweeted on 18 April of this year from a review meeting on the future NASA Psyche asteroid mission: 'These reviews are incredibly important, but also incredibly dry, so I doodle to keep my brain from wandering.'Her tweet went with a very nice doodle from that meeting.

At JPL today for a @NASAPsyche review. These reviews are incredibly important, but also incredibly dry, so I doodle to keep my brain from wandering. This morning's doodle came out rather well. #soPsyched #PsychedforPsyche #SciArt pic.twitter.com/ceCUAeIvdO

— IntrplnetSarah (@IntrplnetSarah) April 18, 2018

and also a day later :

Day 2 of @NASAPsyche review - although I find today's payload discussions far more interesting and comprehensible than yesterday's flight system discussions, still find some doodling is required to keep me focused. #SoPsyched #PsychedForPsyche #SciArt pic.twitter.com/7a5s09r2RK

— IntrplnetSarah (@IntrplnetSarah) April 19, 2018

I thought about this immediately when reading 'Pencil me in' by Christina Wodtke (@cwodtke). The book's subtitle reads 'The Business Drawing Book for People Who Can't Draw'. Although Wodtke indeed aims mostly at small business people, I found her book inspiring for thinking about communication in and about science in different way.

Reasons for drawing
Wodtke sums up three kinds of drawing. Drawing the existing world as you see it, drawing what you don't see or what doesn't (yet) exist (for instance designing), and drawing to visualize ideas in your head as a means to share them with the outside world. Her book is about this last category of drawing. When zooming in she recognizes three reasons for drawing: communication, better problem solving, and better remembering. This rang the bell of sketchnoting (Google). I stumbled upon it through Twitter in early 2016 when I noticed planetary scientist James Tuttle Keane (@jtuttlekeane) reporting from a scientific conference through nice and very informative sketches. On his website he states 'I live-sketch conference proceedings for both my own edification, and for sharing new results with the public on social media.' Which just is what Wodtke promotes, among other things.

Colleagues on drawing
For this review I asked a few Dutch colleagues whom I know to draw about their experiences. Mieke Roth (@miekeroth), based in Lelystad, is a well known science and technology illustrator, who likes to call herself also visualizing journalist. Already as a child, for her drawing came first, using it later. She also discovered early on that drawing could quieten her mind. Later when studying animal sciences at university which incorporated a course on drawing microanatomy of animals, she found out that she never again forgot images if she had drawn them. Now when she works on assignments she listens very carefully during briefings and discussions, and makes the first drawings soon after. 'When I draw, it takes most of my attention without much room for thinking. The thinking I do before, allowing me to listen very carefully during briefings.'

Nadine Böke (@NadineBoke) after studying biology, started a career as a science journalist and now is a communication consultant at the Netherlands Cancer Institute in Amsterdam. She loves to draw in her free time and got some practical science drawing experience just as Roth did during her study. Thusfar she used her skills professionally mainly for unpublished story boards.

Freelance science journalist Bruno van Wayenburg (@brunchik), based in Leiden, has recently risen to fame in the Netherlands with his hand-drawn animations of science subjects through short movies. He discovered his talent in 2012 when participating in a nice but short-lived Youtube project called wetenschap101.nl. He didn't want to become a talking head and instead starting filming his hand sketching explaining physics subjects with self voicing-over. The project fizzled out after a year for financial reasons, but Van Wayenburg continued, using more professional equipment and techniques but also still very much on simple hand drawing. This is cheaper for low-budget assignments, mostly from scientists and journalists.

From doodling to skill
These colleagues have some drawing talents from their own, but what if you don't have - or think you don't have - this skill or talent? Back to doodling again. If you like doodling, why not develop this some more? Wodtke suggests a number of practical excersises. Just like we developed our hand writing through endless training into an activity which doesn't require thinking about it, you can develop your drawing alphabet, says Wodtke. Practice drawing lines, curves, square, circles, other forms so much that you make them rather perfectly without having to think about it. This gives you a new means of taking notes. Your next step could be sketchnoting. This is particularly interesting because in a number of academic studies students still practice drawing - like in archeology, biology, geology and geography. Why not develop this further? It could ease your life as a scientist and make you a better communicator.

Recently I had an extensive email conversation with Olivia Wilkins (@LivWithoutLimit), studying astrochemistry at the California Institute of Technology. I discovered that she is sketchnoting through Twitter (again!) when she took up the #365papers challenge. Reading an average of one academic paper every day and tweeting about it.

Understanding better
'I first heard of the challenge last December when someone tweeted about how accepting the challenge to read 365 papers in one year had made them a better researcher and teacher,' Wilkins wrote me. 'They said that, even though they didn’t complete the challenge, they read much more than they had in the past, and the breadth of their knowledge of their field expanded substantially.'

'At the time,' she continued, 'I had been struggling with ways to broaden my own scientific knowledge. As a second year graduate student, I have been attending research seminars for several years, but I often find that they are pitched to other in-field experts, not to out-of-field faculty or students. Initially, I felt seminars were a waste of time because I left frustrated and unsure of what the talk was even about. At some point, I began to doodle during seminars and conference presentations, which has helped me understand the content substantially. I start by sketching out the introduction of the talk: why the topic is important, what questions there are, jargon that might be new to me. While I’m doodling, I often miss out on the methods being discussed, but I find this to be useful because it gives me more time to think about why the research is meaningful. I check back in for the results and conclusions and tie everything back together. While doodling, I can only make note of the most important aspects of the talk, but really it is only the key ideas that are important rather than every single detail. After the fact, I have an image to put research ideas to, making it much easier to both remember concepts and look through my notes for additional information.'

#SciLitSketch
'Similarly, I had found that I could never remember what I read in scientific papers. I would read and reread the abstract, introductions, and conclusions of papers when writing proposals or reports for coursework. It didn’t matter how many times I “read” them; the information just would not stick. I decided to take on the #365papers challenge because (1) I wanted to become a more well-read scientist, like the Twitter user I mentioned above, and (2) I wanted to try out a new way of reading by sketching illustrated summaries of each paper (or, in the case of long reviews, each section of a paper). I had posted seminar sketches occasionally before, but mostly I kept them to myself. Inspired by James Tuttle Keane sharing every single sketch from conferences he attended, I decided to share my illustrated summaries on Twitter. I came up with (as far as I know) the #SciLitSketch hashtag. I selected it because it would be an easy way to organize all of my summaries and go back through them later.'

publicatie 74

Remembering better
'Initially the project was just for myself. Illustrating paper summaries helped me understand the main points of an article and remember them better. The process is time consuming, but the extra time required to think about the material and how different pieces of information in a paper all fit together allows me to understand them better (thus saving me time later because I don’t have to reread papers as often). Furthermore, even if I don’t remember a specific piece of information or where I found it, I have a better chance of remembering a part of a sketch. If I have a vague idea of the type of information I’m seeking and have a recollection of a related sketch I drew, then all I have to do is flip through my notebook until I find the sketch. From there, I can see the title and author and look up the paper to get the specific tidbit I want to incorporate into my writing. The project is also relaxing. I’ve become so bogged down with being a grad student and parent that I haven’t had as much time to be creative. I used to spend a lot of my time drawing and painting, but finding the time and energy to do these things has become difficult in the first two years of grad school. As such, #SciLitSketch has become a creative outlet for me, and it is productive towards my progress in graduate school!'

Communicating better
'I was surprised that, while #SciLitSketch was intended for myself, this project has become an avenue for connecting with different people, mostly people I’ve never met. The other day, someone retweeted a sketch I made about one of her papers, sharing her excitement and surprise. I felt great being able to draw the sketch, so I was elated that it made someone else feel good too! I’ve also had several interactions with people who aren’t in my field or who aren’t scientists at all. For them, the #SciLitSketch-es are a more digestible and accessible means of getting scientific information that might not have been published in a popular science format. As a result, I’ve gotten to answer questions about science that otherwise might have gone unanswered or might not have even been formed. With that in mind, I try to include definitions and background information in my sketches, including things that aren’t new to me, so that they can be more easily read by others outside my field.'

'My #SciLitSketch-es have evolved over the past months. First, I quickly learned not to write in colored pencil but only in pen. My first 15 sketches or so had a significant amount of notes written in colored pencil. While the color looks nice, it is much more difficult to read than pen. I’ve switched to writing in pen only and shading with colored pencil to add color that way. I’ve also learned that people are more likely to respond positively to summaries with lots of images but also short captions. Finding this balance is something I’m working on, but it is especially difficult because I tend to sketch while reading papers and run out of room. When I read the abstract of a paper, I can get an idea of what my three or four main points to sketch will be, but sometimes the discussion is filled with numerous interesting tidbits, all of which seem too important to exclude. I’ve also learned the importance of a clear theme in any instance of scientific communication. For some papers, it has been difficult for me to see how all of the pieces fit together, even after rereading the introduction and summary multiple times before returning to the discussion. There have also been some papers that were excruciating to read because they assumed that their reader was at the same level of expertise as the author. As a student (and as a scientist in a different but related field to these authors), this is frustrating and makes me feel excluded. As a result, I have worked toward making an underlying theme a priority for me as well as remembering that, even with an in-field audience, my readership will have a broad range of backgrounds and specialties, something of which I should be conscious of. That being said, the experience has solidified the notion that explaining things in a complicated manner doesn’t make you sound smarter, it just makes you sound more difficult to understand. Similarly, writing in a way that is fairly simple and fluid makes you more accessible as a scientist, both within and outside of science.'

Let's draw!
I would like to quote Wodtke one more time: 'Drawing is a primary form of understanding reality and expressing thoughts and ideas. Drawing, in any practice, helps you freely navigate possibilities and to visually think without limitations and boundaries.' I think Wodtke's book is a nice inspiration to take a different look at communicating in and about science.

Pencil me in: The Business Drawing Book for People Who Can't Draw
Christina Wodtke, published by Christina Wodtke, available through pencilmeinthebook.com

Huub Eggen  (@phi48), 28 May 2018

Dit is de zesde boekbespreking in onze reeks. De eerste ging over The Chicago Guide to Communicating Science, de tweede over Houston, we have a narrative, de derde over If I understood you, would I have this look on my face? en de vierde Not A Scientist: How Politicians Mistake, Misrepresent, and Utterly Mangle Science. Nummer vijf: Science journalism, an introduction.
Heb je zelf een boek waarvan je denkt dat hij in deze reeks past, dan horen we ’t graag!

Wat is de missie van een wetenschapsjournalist? Entertainment? Educatie? Het bewaken van de democratie? Volgens wetenschapsjournalist Martin Angler, auteur van Science journalism, an introduction (2017), hangt het er vanaf. Werk je voor een glossy magazine of gratis online nieuwsmedium, dan zie je jezelf waarschijnlijk vooral als entertainer of educator. In dienst van een kritische landelijke krant, zie je jezelf waarschijnlijk vooral als watchdog.

Toch is er wel een missie die ieder die zich wetenschapsjournalist noemt zou moeten hebben, vindt Angler. En dat is dat je aan wetenschappelijke bevindingen een eigen waarde, of eigen invalshoek toevoegt. Als je nooit iets eigens toevoegt, schetst hij, kunnen jouw verhalen zich op een gegeven moment niet langer meer onderscheiden van het toenemend aantal verhalen dat universitaire PR-diensten verspreiden. En ook niet van de verhalen op blogsites die steeds meer onderzoekers beginnen om het publiek rechtstreeks te bereiken.

Journalistiek schrijven
Dus ja, hoe voeg je waarde toe als wetenschapsjournalist? In het Nederlandse taalgebied hadden we al het handige leerboek Journalistiek schrijven voor het hoger onderwijs (2010) van geograaf en schrijver Henk Donkers. Dat behandelt structureel voor wetenschapsjournalisten belangrijke onderwerpen als: Hoe vind ik nieuws, welke genres heb je, hoe bouw ik verhalen binnen die genres op, en hoe verkoop ik ze aan redacties? Lange tijd kon ik niet zo’n handig en goed gestructureerd leerboek in het Engels vinden. Maar met Angler heb ik er toch eentje gevonden. Belangrijk, want ook in Nederland komen er nu Engelstalige cursussen Science journalism, zoals van Radboud In’to Languages waar ik zelf voor werk.

Angler komt met een zeer uitgebreide toolbox waarmee je je als wetenschapsjournalist kunt onderscheiden. Zo bouw je volgens hem een nieuwsartikel als volgt op: lead, background, findings, comments, outlook. Door comments nadrukkelijk een plaats te geven, wordt de wetenschapsjournalist gestimuleerd kritisch na te gaan wat je nu voor commentaar op de bevinding kunt geven. Veel nieuws- en persberichten bevatten niet echt een commentaar, althans geen ander commentaar dan dat van de onderzoekers zelf.

Spannende verhalen
Spannende verhalen kunnen vertellen, verhalen met emotie erin, ziet Angler ook als een mogelijk toegevoegde waarde van de wetenschapsjournalist. Een heel hoofdstuk wijdt hij aan narratieve technieken om emotie in een verhaal te brengen. Dit kun je doen door een conflict centraal te stellen, ineens iets problematisch te berde te brengen, of door een frustrerende zoektocht als rode draad te nemen (gaat dit goed aflopen, moet de lezer blijven denken). Een andere behandelde techniek is het gebruik van kleurrijke beelden. Waarom niet eens een cel beschrijven als een ‘gebakken ei onder een microscoop’?

Nieuwsverhalen zijn er vooral om van te leren, schrijft Angler. Daar zit meestal weinig emotie in. Maar spannende verhalen kunnen twee missies dienen: ze entertainen en de lezer leert ervan. Daarnaast zijn dan natuurlijk nog de verhalen nodig waarbij de wetenschapsjournalist misstanden aan de kaak stelt, en de waakhond rol vervult. Ook daar wijdt Angler een hoofdstuk aan.

Interviewen
Al met al is het boek een aanrader voor beginnende wetenschapsjournalisten omdat basistechnieken zoals interviewen, nieuws vinden en pitchen goed worden uitgelegd. Ook besteedt de auteur een heel hoofdstuk aan hoe je een carrière in de wetenschapsjournalistiek kunt opbouwen. (Tip: kweek een olifantenhuid om alle afwijzingen van je pitches te overleven).

Maar als beginner zou ik wel een behoorlijk aantal gepresenteerde technieken overslaan, om niet overvoerd te worden. Het lijkt mij zelf behoorlijk lastig om in verhalen over wetenschap romantechnieken te gaan gebruiken als flashforwards (vooruitlopen op wat er gebeurt en dan weer terug naar het verhaal gaan), of nested stories (verhalen binnen een verhaal vertellen). Ook schrijven voor zoekmachines is niet makkelijk. Maar voor de ervarener wetenschapsjournalisten zijn dit nu juist wel de technieken waarmee ze zich echt kunnen onderscheiden, ook binnen de wetenschapsjournalistiek zelf.

Marianne Heselmans

Dit is de vijfde boekbespreking in onze reeks. De eerste ging over The Chicago Guide to Communicating Science, de tweede over Houston, we have a narrative, de derde over If I understood you, would I have this look on my face? en de vierde Not A Scientist: How Politicians Mistake, Misrepresent, and Utterly Mangle Science.
Heb je zelf een boek waarvan je denkt dat hij in deze reeks past, dan horen we 't graag!

Boekrecensie van: Not A Scientist: How Politicians Mistake, Misrepresent, and Utterly Mangle Science; Dave Levitan, 2017

Stel, je komt bij de dokter, en die heeft slecht nieuws. “U heeft longkanker, mevrouw”. Onee! Maar, stelt de dokter je gerust, maak je geen zorgen, het is nog niet uitgezaaid, de prognosis is goed voor dit type. Poeh, wat een opluchting – okay, wat wordt de behandeling? Hoho, zegt de dokter, niet zo snel. Er is nog zoveel onduidelijk, we weten nog niet precies hoe kanker ontstaat, we weten niet precies waarom sommige behandelingen niet bij elke patient werken – nee hoor, we moeten eerst alles er van weten voordat we u kunnen behandelen. Voila, een gevalletje The Certain Uncertainty. Het argument dat aangezien we nog niet alles weten, we helemaal niks weten. Veel gebruikt door politici die pijnlijke maatregelen tegen klimaatverandering willen torpederen.

In zijn boek Not a Scientist laat Dave Levitan zien hoe politici “mistake, misrepresent, and utterly mangle science” . Levitan verdeelt de verschillende soorten gegoochel met feiten in prachtig getitelde categorieën, zoals de Blame the Blogger (vis een ‘feit’ dat je goed uitkomt uit de complottheoriekrochten van het internet, en als het niet klopt kun je altijd die blogger de schuld geven), de Butter-up and Undercut (steek een rotje af aan de zijkant van het toneel, zodat je de olifant aan de andere kant ongezien kan afvoeren. Dit doe je als je een populair instituut zoals de NASA wil korten op hun klimaatonderzoeksbudget) en de Cherry-Pick (het sneeuwt in Washington! Hoezo global warming!).

Dit is een Amerikaans boek. De voorbeelden gaan dan ook over Amerikaanse politici, die hun publiek een in Nederlandse ogen soms absurde goochelshow met feiten geven om ze af te leiden van hun onwetenschappelijke agenda. De meeste voorbeelden gaan dan ook over klimaatontkenning, vaccinatieangst en hier en daar wat sexuelevoorlichting-sprookjes (het is bekend dat het vrouwelijk lichaam zelf de voorplanting stopzet in het geval van verkrachting – gevalletje Straight-Up Fabrication).

En omdat Levitan zeer grondig uitpluist waar het misgaat met de argumentatie, en helemaal uitspelt waarom een bewering niet klopt, tot aan het citeren van Nature-artikelen aan toe, word je langzaamaan wel een beetje murw. Mocht je nog een klimaatontkenner in je omgeving hebben, geef hem dit boek, want het helpt hem gegarandeerd van zijn misvattingen af. Als iedereen zo helder en begrijpelijk het klimaatonderzoek kon uitleggen was dat hele probleem van klimaatontkenning er niet.

Op iemand zoals ik, die al niet overtuigd hoefde te worden, heeft het soms een wat afstompend effect. Maar het is ontegenzeggelijk een goed geschreven boek en het leest als een trein. Elk hoofdstuk is op dezelfde manier gestructureerd, ieder voorbeeld wordt helemaal tot op het bot uitgekleed, en aan het eind van het hoofdstuk krijg je nog even de tip waar je op moet letten (als een politicus het heeft over een trend van 17 jaar, vraag je dan af waarom precies 17 jaar, en hoe die trend eruit ziet over 50, of 100 jaar. Waarschijnlijk omdat die 17 jaar precies iets laten zien dat hem uitkomt).

Levitan weet de wanhoop bij de lezer elke keer net op tijd af te wenden met luchtige grapjes en bewonderenswaardige oneliners (“Of course, this ‘cold thing’ the senator mentions could also be described as ‘January”, or perhaps ‘winter’”). Maar die grapjes dienen als verluchtiging van wat gaandeweg een steeds moedeloos makender boodschap wordt. Dit boek is bepaald niet goed voor je beeld van politici, of voor je mensbeeld in het algemeen. Hoe kan de wetenschap ooit opboksen tegen zoveel en zo kwaadaardig gemanipuleer van de feiten die ze produceert?

De schrijver hamert het bovendien in ieder hoofdstuk, tot ziekmakens toe, erin, dat deze leugens geen loze praatjes zijn, maar echte gevolgen hebben. Bijvoorbeeld extreem geweld tegen abortusartsen, aangevuurd door leugens over hoe celmateriaal uit miskramen wordt gebruikt voor onderzoek. Of beleidsmaatregelen die grondwatervervuiling tegen moeten gaan die belachelijk worden gemaakt zodat ze afgeschaft kunnen worden.

De vraag dringt zich ook op of al deze subtiele en minder subtiele tactieken niet het raam uit zijn gewaaid met de komst van Trump, die gewoon systematisch en keihard liegt zonder dat dat consequenties heeft. Maar voor de Nederlandse lezer levert dit boek toch veel herkenbaars op. Na het lezen van dit boek werd het voor mij in elk geval een leuke sport om politici te betrappen op een Cherry-Pick of een Literal Nitpick.

Of denk bijvoorbeeld aan de toepassing van de Certain Uncertainty die jarenlang de NAM uit de wind heeft gehouden (we weten nog niet helemaal 100% zeker dat gaswinning aardbevingen veroorzaakt, dus we gaan er nog even mee door). Ook in Nederland is het belangrijk om politici kritisch te bekijken als ze met wetenschappelijke feiten gaan strooien. Soms voel je aan je water dat een uitspraak niet klopt maar zie je op het eerste gezicht niet wat er mis mee is. Dan zijn de tactieken van Levitan handig om er de vinger op te leggen.

En hier is volgens mij ook een rol weggelegd voor ons wetenschapscommunicatoren. Levitan roept ons, burgers, op toch vooral kritisch te blijven: “The only antidote is to look for reputable sources and do your homework. Politicians are hoping you won’t; try to disappoint them,” zegt hij.  Maar dat is niet voor iedereen weggelegd. De gemiddelde burger heeft noch de tijd, noch de benodigde voorkennis, noch de inclinatie om zelf het Nature-artikel te gaan lezen en de referenties te checken. Maar wij kunnen dat wel, of in elk geval kunnen we de wetenschapper in kwestie aan ons bureau vragen en net zolang doorzagen tot hij het zodanig uitlegt dat het voor iedereen glashelder is, en politici niet meer aan de haal kunnen gaan met zijn feiten. Aan het werk, collega’s.

Stephanie Helfferich

Dit is de vierde boekbespreking in een reeks die we een tijd geleden zijn begonnen. De eerste ging over The Chicago Guide to Communicating Science, de tweede over Houston, we have a narrative en de derde over If I understood you, would I have this look on my face?
Stay tuned for more!

Goede wetenschapscommunicatie is de verantwoordelijkheid van de verteller – Alan Alda herhaalt die boodschap verschillende keren in zijn boek ‘If I understood you, would I have this look on my face?’. En die verteller, of dat nou een schrijver, presentator, of trainer is, kan volgens hem veel leren van ‘improv’: de wereld van het improvisatietheater.

Acteur Alan Alda speelde grote rollen in The Aviator, The West Wing, en recent The Blacklist. Maar, ook over wetenschapscomunicatie heeft hij recht van spreken. Hij presenteerde jarenlang het Amerikaanse tv-programma Scientific American Frontiers, was de oprichter van het Alan Alda Center for Communicating Science (https://www.aldacenter.org/), en is bestuurslid van het World Science Festival.

Terug naar improv. Geen stress, je hoeft als wetenschapscommunicator niet aan de slag als acteur in een improvisatiegezelschap, er zijn gelukkig ook manieren om aan ‘solo-improv’ te doen. Je werkt dan niet samen met een tegenspeler, maar met je publiek. Empathie blijkt het tweede sleutelwoord. Alda geeft door het boek heen een hoop concrete tips en oefeningen, waaronder mijn favorieten:

Communiceren gaat gemakkelijker, fijner, maar vooral ook beter als je empathie en emotie op de juiste manier gebruikt. Alda geeft continu (semi)wetenschappelijk onderbouwingen voor die stellingen. Zijn persoonlijke anekdotes daarbij houden het luchtig en grappig, ook als het soms toch wat op een empathie-preek begint te lijken. Op zo’n moment volgt prompt een zelfbewuste opmerkingen die je (in mijn geval) hardop kan lachen.

Al met al: een lekker leesbaar en nuttig sinterklaas/kerstcadeau voor iedere wetenschapscommunicado. En als bonus een laatste en voor dit seizoen toepasselijke tip: pomp je publiek niet vol met informatie tot er geen druppel meer bij past. Niemand houdt van force feeding. Vertel dus niet alles in een keer, maar geef je luisteraars precies genoeg informatie, zodat ze zelf gaan vragen om meer.

Iris Kruijen

Dit is alweer de derde boekbespreking in onze reeks reviews. De eerste ging over The Chicago Guide to Communicating Science en de tweede over Houston, we have a narrative

 

 

De tweede boekbespreking in onze nieuwe serie is van Marianne Heselmans, en komt (hopelijk) nog net op tijd binnen om dit boek aan je vakantieleeslijst toe te voegen, want #aanrader: Houston, we have a narrative, van Randy Olson. 

Gebruik bij het componeren van verhalen het dramatisch schema And….But…Therefore (ABT), betoogt marien bioloog en filmer Randy Olson. Met dit schema kunnen onderzoekers zelfs een abstract over eiwitten spannend maken.

Randy Olson was eerst twintig jaar onderzoeker en hoogleraar in de Mariene biologie, en daarna heeft hij nog eens zo’n twintig jaar films gemaakt in Hollywood. Die twee carrières moeten wel tot een goed advies voor wetenschappers leiden. En inderdaad, dat doet hij in zijn nieuwe boek Houston, we have a narrative (de opvolger van het ook heel aardige boek Don’t be such a scientist uit 2009). Ik heb niet vaak zo’n eenvoudig en toch goed werkend principe van communicatie gezien. Elke uiteenzetting kunnen we  spannender maken met het dramatisch scenario: AND…BUT…THEREFORE,.

Een voorbeeld:

Familie Jansen is gelukkig EN leeft in een vriendelijk stadje. MAAR toen kwam er ineens een zwaar gewapende rover het stadje binnen. (Nu wil je weten: en toen?). DAAROM gingen ma Jansen en buurtbewoners zich organiseren in patrouilles….. 

Nu kan het verhaal natuurlijk weer verder gaan met nog meer ENS, MAREN en DAAROMS of DUSSEN, tot aan een happy end, maar de aandacht is al getrokken en daar gaat het om.

Olson is gewend om onderzoekers in schrijfcursussen abstracts te laten herschrijven volgens dit ABT-schema, een oefening die volgens hem de narrative intuition vergroot. Veel abstracts, en trouwens ook praatjes tijdens symposia, hebben de saaie AND..AND..AND structuur – een opeenvolging van feiten waarbij de lezer zelf maar moet weten wat hij ermee doet. Maar even brainstormen, zo laat Olson zien, en je hebt zo’n saai verhaal omgeschreven.

Lees deze omgeschreven abstract. Dankzij de ABT-structuur wordt de aandacht getrokken:

Recent research suggests that plant viruses frequently alter host-plant phenotypes in ways that facilitate transmissions by arthropod vectors. HOWEVER, many viruses infect multiple hosts, raising questions about whether these pathogens are capable of inducing transmission-facilitating phenotypes TO EXPLORE THESE ISSUES, we tried to etc….

Een beetje ongerust heb ik toen zelf mijn meest recente, al gepubliceerde verhaal geanalyseerd. En gelukkig, zonder me er van bewust te zijn, had ik de ABT-structuur gebruikt:

Met de nieuwe veredelingstechniek CRISPR-CAS kun je tomaten sneller EN beter veredelen- afgelopen maand bewezen in CellMAAR HELAAS, bedrijven steken er geen geld in want Crispr-rassen vallen onder de gmo-wet. DUS JA, laboratoria onderzoeken nu of ze misschien Crispr-rassen kunnen maken zonder dat het een gmo isMAAR JA… en zo ging het nog even verder. 

Olson betoogt dat de kaskrakers onder de films, zoals Gone with the wind en Sophies Choice, allemaal heel sterk het ABT-schema hebben, dit schema noemt hij de ArchplotArchplots hebben ook altijd gelukkige einden. Een geslaagd onderzoek heeft dat ook, vaak na een moeilijke periode of onbegrip van de buitenwereld, dus genoeg kansen voor onderzoekers om een drama te vertellen, betoogt hij.

Maar niet elke uiteenzetting over wetenschap en techniek hoeft natuurlijk een kaskraker te zijn. En die succesvolle Archplot biedt ook geen ruimte voor de klassieke, zoekende exercitie. Daarbij poneren schrijvers of sprekers een gegeven, bijvoorbeeld dat er een nieuwe techniek is, waarna ze stap voor stap alle aspecten ervan gaan onderzoeken en waarbij de uiteenzetting ook in de tijd kan switchen én een open einde heeft. Hier heeft Olson dan weer de Miniplot voor, met een schema Despite…However…Yet…(DHY). Deze Miniplot is de genuanceerde en complexe verhaalvorm die de elite vaak hogelijk waardeert, maar die te complex is voor de massa, zo schrijft hij.

Dus ja, hij laat de onderzoeker uiteindelijk wel zelf kiezen. De Archplot voor de massa, de Miniplot voor een klein publiek van intellectuelen. Maar die Miniplot kan juist wél weer handig zijn voor het gepubliceerd krijgen van negatieve resultaten, wat nu bijna niet lukt. Neem in ieder geval niet de And..And…And…-vorm, de Antiplot, want dan verlies je elk publiek. Dat is ook wel weer een tip van Olson om ter harte te nemen.

Voor professionele woordvoerders is een dure mediatraining essentieel, maar voor wetenschappers niet: ze treden meestal op als deskundige, een rol die minder kwetsbaar is. Zo’n training kun je als communicatieadviseur prima zelf geven. Dat is zelfs beter, want het levert niet alleen beter voorbereide wetenschappers op, maar minstens zo belangrijk: een sterkere band tussen wetenschapper en communicatieadviseur.

Maar hoe zet je je eigen mediatraining voor wetenschappers op? Welke onderwerpen zijn handig om te behandelen, welke moeten zeker aan bod komen, welke zijn optioneel? Welke onderdelen doe je wanneer - wat is een logische volgorde en opbouw?

Op basis van een uitgebreid gesprek met drie ervaren mediatrainers van wetenschappers hebben studenten van de studievereniging InterSECtion van de Delftse opleiding wetenschapscommunicatie een toolkit ontwikkeld die antwoord geeft op deze vragen. SciCom NL trad op als opdrachtgever voor de studenten voor deze zogenaamde Crash Case.

Deze toolkit is bedoeld voor communicatieadviseurs van kennisinstellingen zoals universiteiten, die al een beetje weten hoe ‘het mediaspelletje’ gespeeld wordt, en liefst ook met wat ervaring met het adviseren van wetenschappers. Met de toolkit zou je, gecombineerd met je eigen ervaring, een eind moeten komen bij het ontwikkelen van je eigen mediatraining.

De toolkit bestaat uit twee onderdelen, als bijlagen bij dit bericht: de guide en een PowerPoint-presentatie met eenvoudige slides die je zou kunnen aanpassen en gebruiken voor je eigen training. De guide geeft - natuurlijk - meer uitleg over het hoe en waarom van de verschillende onderdelen, en in de presentatie zelf staat ook nog de nodige uitleg in de notities bij de slides.

We hopen jullie hiermee een handig startpunt te geven voor de ontwikkeling van een eigen mediatraining. En we zijn natuurlijk erg benieuwd naar jullie feedback (roy.meijer@scicom.nl), zodat we deze toolkit stukje bij beetje kunnen aanscherpen, aanvullen en verbeteren.

Onze dank gaat uit naar de drie trainers die hebben bijgedragen aan deze toolkit: Fred Balvert (Erasmus MC en co-autheur van Prepare for 15 seconds of fame), Johan Vlasblom (Big Easy Communicatie) en Roy Meijer (TU Delft / SciCom NL).

Daarnaast natuurlijk heel veel dank aan de studenten die deze toolkit hebben uitgewerkt: Leon Baas, Lenny Bakker, Kimberly Barentsen, Maxime Bisschops, Bram Peerlings en Pascalle Vermeulen.

We wensen jullie veel plezier en succes bij het uitwerken en verzorgen van je eigen mediatraining!

Het bestuur van SciCom NL

Media Training in a Box - The Guide

Media Training in a Box - The Presentation

 

 

We zien je graag in onze online community's!

Neem contact op

Wil je actief lid worden, of heb je ideeën, vragen of opmerkingen? Mail ons op bestuur@scicom.nl.

Ga naar onze sociale media kanalen om je te verbinden met de wetcom community:

Copyright | Privacy | Webdesign door Liesbeth Smit / The Online Scientist

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram