SciComNL

Een maand na de aankondiging van Robbert Dijkgraaf van het Nationaal Centrum voor Wetenschapscommunicatie (NCvWTC voor het gemak) is het nog onduidelijk wat er staat te gebeuren. Wat mijns inziens wel als een paal boven water staat, is dat de freelancers en kleine bureaus in de wetenschapscommunicatie een essentiële rol in dit geheel te vervullen hebben. Maar omdat deze groep van onafhankelijke ‘practitioners’ lastig te verenigen is, hierbij een poging hen een stem te geven.

Freelancers vullen de gaten op die vallen bij de grote organisaties

Als een wetenschapper die iets te communiceren heeft erachter komt dat de communicatieafdeling geen tijd heeft, of niet de benodigde expertise, dan wordt vaak een freelancer ingeschakeld. Als een museum met beperkte capaciteit ineens een boel nieuwe tentoonstellingen of content te realiseren hebben, dan wordt vaak een freelancer ingezet. Of als er speciale vaardigheden nodig zijn, zoals animeren, illustreren, dagvoorzitter zijn of workshops geven, dan komen wederom vaak de freelancers een oplossing brengen. Dit is van onschatbare waarde, zowel voor de zelfstandige die vooral kan doen waar hij/zij goed in is, als voor de organisatie die tijdelijk een specialistische vaardigheid of capaciteitsuitbreiding kan inzetten. Freelancers zorgen zo ook voor continuïteit en kennisdeling.

Zelfstandigen zijn voelsprieten in het wetenschapscommunicatieveld

Omdat zij op veel verschillende plekken komen en onafhankelijk zijn, zijn het ook de freelancers die als een van de eersten algemene problemen of verschijnselen in het veld signaleren. Als freelancer die tijdelijk bij een organisatie binnenkijkt heb je een frisse blik, en als trainer die een dagje langs komt hoor je vaak de frustraties van wetenschappers die zij intern minder vaak durven te delen. Deze signaalfunctie is lastig door een ander op te vangen, en is voor het NCvWTC een belangrijke toegevoegde waarde.

Ze zijn flexibel en bereiken alle doelgroepen

Door hun wendbaarheid komen freelancers overal. En dus ook bij de moeilijk bereikbare doelgroepen. De groepen die, om verschillende redenen, gepasseerd worden door universiteiten, media, wetenschappers of musea, kunnen door de juiste freelancer prima bediend worden. Deze freelancers doen daarmee ook veel praktische kennis op die leidt tot innovatieve ideeën en vormen van wetenschapscommunicatie die ook voor de rest van het veld waardevol zijn. De meeste zelfstandigen doen hun werk ook met veel liefde, en zullen niet snel moeilijk doen over een beetje meerwerk of een activiteit in het weekend. En niet onprettig: er is nauwelijks bureaucratie of gedoe in het werken met freelancers. (Hooguit door aanbestedingsregels, maar die hebben zij ook niet bedacht..)

Een financieel belang maakt het verschil

Freelancers en kleine bedrijven kosten wel geld. Vaak niet eens zoveel meer dan wat het bij een grote academische organisatie intern zou kosten om hetzelfde voor elkaar te krijgen, maar omdat het bij externen zichtbare kosten zijn is dat een drempel. Maar dit financiële belang maakt de practitioners wél effectief. Per euro leveren zij de meeste wetenschapscommunicatie op, want ze hebben vrijwel geen overhead door vergaderingen, dure kantoren, IT-systemen, musea e.d. Het lastige is wel dat alles wat zij naast hun betaalde klussen doen meteen vrijwilligerswerk is.

Illustratief is dan ook dat de zelfstandigen de enigen zijn voor wie het geld kóst om bij vergaderingen te kunnen zijn die gaan over de toekomst van het veld (zoals het NCvWTC), in tegenstelling tot de vertegenwoordiging vanuit organisaties als NWO, KNAW, VSC, NFU, UNL e.d. voor wie dit onderdeel is van de functie (en voor wie wetenschapscommunicatie dan weer vaak een bijzaak is). Het resultaat is dat de stem van de onafhankelijke practitioner vaak ondervertegenwoordigd is. Als het Nationaal Centrum voor Wetenschapscommunicatie echt inclusief wil zijn, dan moet hier rekening mee gehouden worden en deze onmisbare en unieke groep actief betrokken worden.

Op dinsdag 11 februari vond de 2020 SciCom NL ALV plaats, met daarin onder andere een bestuursoverdracht. Hieronder stellen de nieuwe bestuursleden zich voor. Wat zal opvallen, als het goed is: we missen een penningmeester. Onze beoogde nieuwe penningmeester heeft zich op het laatste moment teruggetrokken vanwege een nieuwe baan. Wij zijn dus naarstig op zoek naar uitbreiding van het bestuur met iemand die de financiën onder zijn/haar hoede wil nemen! Kandidaat? Meer informatie? Mail naar bestuur@scicom.nl!

Vlnr: Roy, Dieudonnée, Giovanni en Frederike

Giovanni Stijnen (gedeeld voorzitterschap)

Program & Business development voor NEMO & THNK School of Creative Leadership 
“Ik stond aan de wieg van NEMO Kennislink en de afdeling Wetenschapscommunicatie bij NEMO. Met plezier en trots hebben we een  klein project laten uitgroeien tot het merk NEMO Kennislink met het brede portfolio dat het nu heeft. De laatste jaren richt ik me op het ontwikkelen van nieuwe vormen van WTC. Door vormgeven en acquisitie van nieuwe programma`s en projecten, initiëren van onderzoek en strategische partnerships. Via THNK School probeer ik in internationaal verband de wetenschapscommunicatie te verbinden aan de belangrijke transities waar we samen mondiaal voor staan. Ik ben ervan overtuigd dat de WTC nog veel meer impact kan hebben. De grote uitdagingen van deze tijd vragen hierom. SciCom NL kan bijdragen  het veld sterker te positioneren en verbinden. Ik hoop dat samen met de nieuwe bestuurders, het veld, zusterverenigingen en vooral onze leden vorm te geven. Het is een eer om het stokje over te nemen van de oud-bestuurders.”

Volg Giovanni op LinkedIn of Twitter @giovannistijnen

Frederike Schmitz (gedeeld voorzitterschap)

Life Science Communicator
“Mijn achtergrond ligt binnen het gebied Life Sciences. Ik heb zelf lang als onderzoeker in verschillende labs (NL, VS) en als ‘Scientific Writer’ binnen de industrie gewerkt.
Vaak wordt er geroepen dat we, binnen de Life Sciences, midden in een ‘reproducibility crisis’ zitten: veel wetenschappelijke studies kunnen niet herhaald worden. Wat is er nodig om dit te verbeteren? Bewegingen zoals ‘Open Science’, hergebruik van data en andere manieren om wetenschappers te belonen en iedereens bijdrage eraan te waarderen (zie #wetenschapper2030) kunnen een positieve veranderingen brengen. Ook verantwoordelijke wetenschap en techniekcommunicatie (WTC) over publicaties maar ook over het vaak rommelige wetenschappelijke proces kan helpen feiten en kennis in samenhang te plaatsen. Maar hoe betrek je de wetenschappers hier actief bij? Het valt mij namelijk op dat ik heel weinig wetenschappers zie bij discussies rond WTC. En dat verbaast mij niet, zeker als je bedenkt dat wetenschappers een erg hoge werkdruk ervaren en voor WTC niet genoeg waardering krijgen. Het zou fijn zijn als SciCom NL meer wetenschappers bij WTC kan betrekken. Ook is het belangrijk dat wij, samen met anderen, de problemen beter in kaart brengen om samen oplossingen te bedenken en daar draagvlak voor te krijgen. Door ons diverse netwerk (zie infographic in de bijlage) kunnen wij innovatieve projecten zoals SciComLab en het Mindset House creëren en ik hoop dat we in de toekomst SciCom NL ook internationaal goed laten aansluiten met soortgelijke ontwikkelingen in andere landen.”

Volg Frederike op LinkedIn of Twitter: @analytictransl

Dieudonnée van de Willige (secretaris)

Research communications officer, Department of Data Science and Knowledge Engineering/Faculty of  Science and Engineering, Maastricht University
“De afgelopen jaren heb ik de wetenschap leren kennen als promovenda. In die tijd was (WT)C nooit ver weg, maar bleef het wel beperkt tot de avonduren. Ik was bijvoorbeeld deelnemer aan de theatershow ScienceBattle en schreef 3,5 jaar columns voor de regiobijlage van De Telegraaf. Sinds een jaar ben ik eindelijk aanbeland bij het doel dat ik mezelf tien jaar geleden stelde: een baan als WTC’er. Dat werd er één bij de nieuwe bètafaculteit van de Universiteit Maastricht.
Ik zie WTC als iets waar niet alleen de maatschappij, maar ook de wetenschap zélf beter van kan worden. Dat laatste heeft mijn bijzondere interesse. Hoe kunnen communicatie-afdelingen wetenschappers straks bijvoorbeeld optimaal ondersteunen, als er inderdaad een carrièrepad afsplitst dat impact centraal stelt én beloont? Maar ook: hoe blijven we maatschappelijk en politiek draagvlak garanderen? Ik heb SciCom NL leren kennen als een fijne groep mensen die graag nadenkt over de volgende stap, en het niet alleen bij filosoferen laat. Voor zo’n club zet ik me graag in.”

Volg Dieudonne op LinkedIn of Twitter @DieudonneeW

Roy Meijer (algemeen bestuurslid)

Adviseur Wetenschapscommunicatie TU Delft, medeoprichter en oud-secretaris/penningmeester SciCom NL 
“Medeoprichter en oud-secretaris/-penningmeester van deze club. We hebben de afgelopen vijf jaar met SciCom NL iets heel moois opgebouwd, al zeg ik ‘t zelf, en nu is het tijd voor nieuwe (dagelijks) bestuursleden om op basis daarvan een volgende stap te gaan zetten. Goede ideeën volop bij het nieuwe team, dus ik kan met een gerust hart en vol vertrouwen de overstap naar gewoon bestuurslid zetten. In deze functie hoop ik te kunnen (blijven) zorgen voor wat ervaring en ‘geheugen’ in het bestuur, en heb ik daarnaast wat meer tijd voor SciComLab, spinoff Mindset House, en de SciCom NL boekenclub. “

Volg Roy op LinkedIn of Twitter: @RoyMeijer

maarten-van-der-sanden

SciCom NL erelid Maarten van der Sanden sprak deze column uit ter ere van de vijfde verjaardag van SciCom NL op 22 september 2018 in Rijksmuseum Boerhaave:

“ Deze column over samenhang is getiteld: los zand.

Ik ben een romanticus. Ik houd van groots en meeslepend. Van Odyssees. Luctor et emergo, enzo.

Ik heb ook een romantisch beeld van het vakgebied waarin wij ons allemaal bewegen. Een beeld waarin we techniek, wetenschap en samenleving bij elkaar brengen. Niet om te wonen in een slick paradise. Nee, juist om te zijn in een wereld waar iets valt te beleven. Waarin wezenlijk engagement ook onenigheid betekent. Waar co-design en co-creatie ook teleurstellingen expliciet maken.

Zoals ontwerpers zeggen: een ontwerp met een rafelrandje. Wetenschapscommunicatie met een rafelrandje. Nog niet af. Ambigu. Paradoxaal. En daarom juist uitnodigend en spannend.

Zoals we weten uit de liefde: love is danger, love is pleasure, love is pure, the only treasure. Had ik al gezegd dat ik een romanticus ben.

We zijn al 5 jaar. En het gevaar als je ouder wordt is dat je een organisatie gaat worden.

En ik zou graag die energie, de ongebreideldheid van zo’n eerste uur willen vasthouden.

Omdat het ook juist aansluit bij een turbulente wereld. Een VUCA wereld waar onzekerheid key is. Volatile, Uncertain, Complex & Ambiguous.

Een wereld waarin niet alles afgerond is, van tevoren bedacht, maar waar toevalligheid woont en maakbaarheid geschiedenis is.

Een wereld met een rafelrandje.

Een wereld dus waarin ook wetenschapscommunicatie volatile, uncertain, complex & ambiguous is. En SciCom.NL een netwerk, dat niet persé een club hoeft te zijn. Dat lijkt me mooi, dan kun je namelijk een beweging zijn.  Los zand is zo gek nog niet als je het over wezenlijke samenhang hebt. Dan kun je namelijk met elkaar verstuiven, verschuiven, mengen, modder worden. Dan kun je vormen aannemen of vormen veranderen. Dan kan je schuren, polijsten of juist ondersteunen. SciCom.NL, verbindt iedereen met een verhaal over wetenschap. Niks meer en niks minder. Love is danger, love is pleasure. Zijn  jullie ook romantisch?”

Maarten van der Sanden

 

 

 

 

 

 

Voor professionele woordvoerders is een dure mediatraining essentieel, maar voor wetenschappers niet: ze treden meestal op als deskundige, een rol die minder kwetsbaar is. Zo’n training kun je als communicatieadviseur prima zelf geven. Dat is zelfs beter, want het levert niet alleen beter voorbereide wetenschappers op, maar minstens zo belangrijk: een sterkere band tussen wetenschapper en communicatieadviseur.

Maar hoe zet je je eigen mediatraining voor wetenschappers op? Welke onderwerpen zijn handig om te behandelen, welke moeten zeker aan bod komen, welke zijn optioneel? Welke onderdelen doe je wanneer - wat is een logische volgorde en opbouw?

Op basis van een uitgebreid gesprek met drie ervaren mediatrainers van wetenschappers hebben studenten van de studievereniging InterSECtion van de Delftse opleiding wetenschapscommunicatie een toolkit ontwikkeld die antwoord geeft op deze vragen. SciCom NL trad op als opdrachtgever voor de studenten voor deze zogenaamde Crash Case.

Deze toolkit is bedoeld voor communicatieadviseurs van kennisinstellingen zoals universiteiten, die al een beetje weten hoe ‘het mediaspelletje’ gespeeld wordt, en liefst ook met wat ervaring met het adviseren van wetenschappers. Met de toolkit zou je, gecombineerd met je eigen ervaring, een eind moeten komen bij het ontwikkelen van je eigen mediatraining.

De toolkit bestaat uit twee onderdelen, als bijlagen bij dit bericht: de guide en een PowerPoint-presentatie met eenvoudige slides die je zou kunnen aanpassen en gebruiken voor je eigen training. De guide geeft - natuurlijk - meer uitleg over het hoe en waarom van de verschillende onderdelen, en in de presentatie zelf staat ook nog de nodige uitleg in de notities bij de slides.

We hopen jullie hiermee een handig startpunt te geven voor de ontwikkeling van een eigen mediatraining. En we zijn natuurlijk erg benieuwd naar jullie feedback (roy.meijer@scicom.nl), zodat we deze toolkit stukje bij beetje kunnen aanscherpen, aanvullen en verbeteren.

Onze dank gaat uit naar de drie trainers die hebben bijgedragen aan deze toolkit: Fred Balvert (Erasmus MC en co-autheur van Prepare for 15 seconds of fame), Johan Vlasblom (Big Easy Communicatie) en Roy Meijer (TU Delft / SciCom NL).

Daarnaast natuurlijk heel veel dank aan de studenten die deze toolkit hebben uitgewerkt: Leon Baas, Lenny Bakker, Kimberly Barentsen, Maxime Bisschops, Bram Peerlings en Pascalle Vermeulen.

We wensen jullie veel plezier en succes bij het uitwerken en verzorgen van je eigen mediatraining!

Het bestuur van SciCom NL

Media Training in a Box - The Guide

Media Training in a Box - The Presentation

 

 

Vorige week publiceerde het ministerie van OCW de Visie Wetenschapsbeleid 2025. Wij, leden en bestuur van SciCom NL - de Nederlandse vereniging voor iedereen die over wetenschap communiceert, van voorlichter tot journalist en van wetenschapper tot docent of leerkracht - hebben met interesse kennis genomen van de inhoud van dit rapport. Hieronder onze reactie, voornamelijk gericht op het onderdeel over wetenschapscommunicatie.

Op pagina 45/46 van het rapport staat de paragraaf Stimuleren van wetenschapscommunicatie. Het ministerie vindt dat het overbrengen van fascinatie voor en kennis over wetenschap aan burgers belangrijk is. Wetenschap moet zichtbaar zijn, concreet gestimuleerd via het Nederlands Centrum voor Wetenschap- en Technologiepromotie (NCWT), het netwerk van Science Centra (VSC) en het Wetenschapsweekend. Verder wil het ministerie wetenschapscommunicatie koppelen aan het onderwijs en inbedden in het Techniekpact.

SciCom NL heeft via email en social media haar leden opgeroepen te reageren op deze paragraaf, dit artikel is een verzameling van reacties, van wetenschappers, communicatoren, journalisten en andere wetenschapscommunicatoren. Als wetenschapscommunicatoren moedigen wij deze plannen zeker aan, maar we hebben ook een aantal kanttekeningen bij deze paragraaf.

Wetenschapscommunicatie speelt grotere rol bij vergroten betrokkenheid burgers
Het ministerie besteedt  een schamele 300 woorden aan wetenschapscommunicatie op een rapport van bijna 100 pagina’s en dat terwijl participatie en interactie zo’n grote rol spelen in het beleid. Al in 2015 wordt ingezet op burgerparticipatie bij de samenstelling van de Wetenschapsagenda. Het is te verwachten dat dit de actieve burgers in eerste instantie goed geinformeerde burgers zijn die nu al betrokken zijn bij bijvoorbeeld patientenverenigingen of vakbonden.

Als daarnaast ook andere partijen betrokken worden, is het nodig dat ook zij structureel goed geïnformeerd moeten zijn over hoe wetenschap werkt, wat je er wel en wat je er niet van kunt verwachten en vragen. Dit vraagt naar onze mening om een systematische en doelgroepgerichte aanpak met als doel structureel begrip en onderlinge dialoog. Wetenschapscommunicatie kan hierbij een veel grotere rol spelen dan de vrijblijvende middelen die nu in de paragraaf worden genoemd, zoals een bezoek brengen aan een wetenschapsweekend of het bekijken van een populair wetenschappelijk programma op televisie.

Onderwijs en TechniekPact  
We juichen de ondersteuning van de activiteiten van NCWT, het VSC en de media, zoals genoemd in de paragraaf van harte toe, maar zijn vooral benieuwd naar de koppeling met het TechniekPact en het onderwijs. Helaas gaan nog niet alle kinderen in het weekend met hun ouders naar een Science Centre. Als we wetenschap bij iedereen zichtbaar willen maken, zullen we al op basisschool moeten beginnen. Helaas gaat de paragraaf niet in op de vraag hoe de koppeling met onderwijs en TechniekPact eruit gaan zien.

De rol van de wetenschapper
Vooral op Twitter is naar aanleiding van de paragraaf flink gediscussieerd over de rol van de wetenschapper in de wetenschapscommunicatie. Er zijn legio wetenschappers die graag communiceren over hun vak, maar waarschijnlijk nog meer die dat niet doen. Communiceren over hun onderzoek is voor wetenschappers geen  standaard onderwerp op het jaarlijkse beoordelingsgesprek, zoals het publiceren van wetenschappelijke artikelen of het geven van onderwijs.

Toch zijn het juist de wetenschappers zelf die het beste kunnen uitleggen wat hun onderzoek inhoudt en waarom het van belang is voor de maatschappij. Om wetenschapscommunicatie door wetenschappers te stimuleren, moet het naar onze mening een van de vaste criteria worden waarop beursverstrekkers en universiteiten hun beoordelingen en toekenningen baseren.

Vooralsnog wordt in de Wetenschapsvisie niet duidelijk hoe dit gaat veranderen. Wetenschapscommunicatie lijkt vooralsnog een ‘dingetje voor erbij’ te blijven.

Urgentie en praktische uitvoering
De belangrijkste vraagteken die wij als wetenschapscommunicatoren zetten bij de paragraaf is dat er onvoldoende urgentie uit blijkt en dat onduidelijk blijft hoe de praktische uitvoering eruit gaat zien. De 300 woorden van de paragraaf doen volgens ons geen recht aan het belang van wetenschapscommunicatie bij de uitvoering van het nieuwe beleid. Alleen het Wetenschapsweekend en geld voor populair wetenschappelijke programma’s op de publieke omroep zijn  zijn niet genoeg. Er zijn nu al heel veel andere, succesvolle initiatieven: krijgen deze geen steun? Hoe wordt wetenschap meer zichtbaar gemaakt? Het is jammer dat dit niet meer concreet wordt gemaakt, nu blijven deze suggesties hangen in goede ideeën, maar zonder concrete plannen (en geld) is het lastig deze uit te voeren.

Samenvattend 
Samenvattend zijn wij blij dat het onderwerp Wetenschapscommunicatie op de agenda staat voor de komende jaren, maar vinden we dat er nog veel uitbreiding en concretisering mogelijk en nodig is. Graag helpen we mee met de verdere invulling, vanuit de overtuiging dat de kwantiteit en kwaliteit van de Nederlandse wetenschapscommunicatie van belang is voor de wetenschap,  voor de maatschappij als geheel en voor de individuele burger.

Nederlandse Vereniging van Wetenschapscommunicatoren SciCom NL

9 december 2014

De onafhankelijke wetenschapsjournalistiek staat onder druk. Terwijl de media dé plek zijn waar mensen informatie vergaren over wetenschap, technologie en innovatie. Hoe zal de wetenschapsjournalistiek zich ontwikkelen? Deze vraag staat centraal in de ‘Toekomstverkenning Wetenschapsjournalistiek’ van het Rathenau Instituut. Onderdeel van deze verkenning is een verzameling blogs die wordt gepubliceerd onder de titel De Wetenschapswaakhond - Welke toekomst staat de wetenschapsjournalistiek te wachten?
'Je brood verdienen als wetenschapsjournalist valt vaak niet mee', constateert SciCom NL-voorzitter Lara Tauritz Bakker als bijdrage aan de discussie. 'Het combineren van functies kan een oplossing zijn.'
Het hele stuk: Een nieuw soort onafhankelijkheid.

cropped-cropped-att000021.jpgSciCom NL is de vereniging voor iedereen die actief iets doet of wil gaan doen met wetenschapscommunicatie. Inclusief wetenschappers, voorlichters, docenten, journalisten en alle anderen met een passie voor wetenschaps- en techniekcommunicatie. Waarom we bestaan? Om van elkaar te leren, enthousiasme te delen, samen invloed uit te oefenen op beleid en uiteindelijk er mede voor te zorgen dat we veel en op goede manieren over wetenschap communiceren. Hoe? Door elkaar te spreken, online en real-time in workshops, debatten, commissies, symposia en lokale hubs.

Meer weten? Hou deze site in de gaten, like ons op Facebook/SciComNL en/of volg ons via @ScicomNL.

Dinsdag 3 september tekenden drie bestuursleden van de Nederlandse Vereniging voor Wetenschaps- en Techniekcommunicatie, al eerder omgedoopt tot SciCom NL, de oprichtingsakte bij de notaris in Delft. Hiermee is de officiële oprichting van de eerste Nederlandse beroepsvereniging voor iedereen met een verhaal over wetenschap een feit.
Momenteel wordt druk gewerkt aan een ledenadministratie-systeem en binnenkort zal het mogelijk zijn je aan te melden als lid.

Op de eerste vakconferentie over wetenschapscommunicatie (uitverkocht!), op 1 oktober in de Van Nelle Ontwerpfabriek in Rotterdam, zullen wij ons presenteren en zijn alle bestuursleden aanwezig. Hopelijk tot dan!

Updates zullen verschijnen op onze website www.scicom.nl, op www.facebook.com/scicomNL en via Twitter @scicomNL

Namens het bestuur van SciComNL (bestuur@scicom,
Lara Tauritz Bakker (voorzitter)
Ineke Boneschansker (secretaris)
Roy Meijer (penningmeester)
Eva Teuling (algemeen bestuurslid)

In Nederland wordt de beroepsgroep ‘wetenschapscommunicator’ niet echt goed vertegenwoordigd. Er zijn wel allerlei verenigingen, platforms en koepels, maar niet iedereen vindt daar zijn plek, en belangen van deze clubs lopen soms uiteen.
Wat de initiatiefnemers betreft zou het mooi zijn als er een officiële organisatie zou komen die breed de belangen van Wetenschaps- en Techniekcommunicatie (WTC) in het algemeen gaat vertegenwoordigen en die van personen werkzaam in de WTC. (meer…)

We zien je graag in onze online community's!

Neem contact op

Wil je actief lid worden, of heb je ideeën, vragen of opmerkingen? Mail ons op bestuur@scicom.nl.

Ga naar onze sociale media kanalen om je te verbinden met de wetcom community:

Copyright | Privacy | Webdesign door Liesbeth Smit / The Online Scientist

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram