SciComNL

Blog

15 september, 2022
Door SciCom NL

Hoe denken onze leden over de invulling van het Nationaal Centrum voor Wetenschapscommunicatie?

Auteurs: Eileen Daniels, Florentine Sterk, Marloes ten Kate, Dave Thomas

Hartje zomer, vlak voordat de meeste mensen het stof van hun vakantie koffers bliezen, ging er een enquête uit naar alle leden van SciCom NL. Met de prangende vraag: wat zou de invulling moeten zijn van het nieuwe ‘Nationaal Centrum voor Wetenschapscommunicatie’?

Wat zou het centrum moeten doen of faciliteren, welke vraagstukken spelen er en waar zou jij mee geholpen zijn? Hieronder geven we een samenvatting van de binnengekomen antwoorden.

Het doel van de uitvraag is dat als wij — als vereniging van wetenschapscommunicatoren — een helder beeld hebben van wat wij nodig achten, we een heldere boodschap hebben als gesprekspartner voor het centrum. We nodigen dan ook iedereen van harte uit om eventuele aanvullingen kenbaar te maken. Laat bijvoorbeeld een comment achter op LinkedIn, of nog beter: publiceer jouw eigen standpunt. (Noot van het bestuur: als SciCom NL-lid bieden we je daarvoor graag een podium op onze website. Neem daarvoor even contact op!)

Veelgedeelde ideeën van de achterban

1. Betrek en vertegenwoordig het gehele werkveld van wetenschapscommunicatie

Niet alle groepen in het veld werden in het verleden betrokken bij het formuleren van een overkoepelende visie op wetenschapscommunicatie. De leden geven aan dat het belangrijk is voor de vertegenwoordiging van de gehele breedte van het (werk)veld om iedereen te betrekken. Van onderzoekers tot beoefenaars, van medewerkers in dienst tot zzp'ers, van analytici tot creatievelingen, van schrijvers tot woordvoerders, en alles daartussenin. 

2. Stimuleer open kennisontwikkeling én kennnisdeling binnen de wetenschapscommunicatie

Er is nog geen centrale plek voor zowel wetenschappers als wetenschapscommunicatoren om kennis te ontwikkelen en delen. Voor een nationale uitvoering van hoogkwalitatieve wetenschapscommunicatie adviseren de leden het centrum kennisontwikkeling en -deling actief te stimuleren:

  • door als ontmoetings- en netwerkplek te fungeren zodat vertegenwoordigers vanuit de hele breedte van het werkveld elkaar kunnen vinden, inspireren en versterken; 
  • door evidence-based methodes (mede) te ontwikkelen en in de praktijk te brengen; 
  • door een opleidingsplek te zijn met bijvoorbeeld workshops en trainingen voor (jonge) onderzoekers en beoefenaars, bijvoorbeeld in samenwerking met Graduate (Summer) Schools;
  • door interdisciplinaire kennisuitwisseling te stimuleren tussen wetenschap en praktijk. 

3. Ondersteun, faciliteer en verbind ad-hoc en structurele  wetenschapscommunicatie-initiatieven

Meerdere leden geven aan dat het ondersteunen en verbinden van initiatieven, bijvoorbeeld door het aanleggen van een (online) database, zeer welkom is. Dit voorkomt tegelijkertijd de mogelijke valkuil dat geld en energie worden besteed aan potentiële knelpunten terwijl daar in de praktijk al oplossingen voor gevonden zijn. Bovendien wordt dan tegelijkertijd de synergie tussen communicatie en wetenschap, tussen wetenschappers en journalisten en tussen onderzoekers en wetenschapscommunicatiebeoefenaars ondersteund.

4. Erken en waardeer communicatie door wetenschappers

Wetenschapscommunicatie wordt nog te vaak als hobby gezien. Met name binnen de bestaande academische carrièrepaden is er nauwelijks tijd, geld of middelen beschikbaar voor gedegen communicatie-inspanningen. Het is daarom belangrijk dat wetenschapscommunicatie erkend wordt als een officiële kerntaak van onderzoekers. Het actief communiceren van deze boodschap kan helpen om een cultuurverandering te stimuleren.

Ook klinkt in de antwoorden de oproep door voor structurele financiering (los van de WECOM call van de NWA) voor wetenschapscommunicatie in de vorm van subsidies of fondsen welke beschikbaar gesteld kunnen worden voor onderzoek naar wetenschapscommunicatie, initiatieven vanuit de academie en particuliere initiatieven die moeilijk aan financiering komen zoals science café's.

5. Creëer een onafhankelijk en inclusief centrum 

Wetenschapscommunicatie betreft een breed werkveld, dat niet alleen Nederlandstalige onderzoeken en bètawetenschappen vertegenwoordigt, maar ook onderzoekers in Nederland die geen Nederlands spreken (53% van de promovendi zijn van buitenlandse komaf*), internationale projecten, sociale wetenschappen, geesteswetenschappen en interdisciplinaire onderzoeksprojecten. Uit de enquête klinkt een oproep voor ruimte voor diversiteit en open science.

6. Ga in dialoog met de samenleving

Zonder publiek geen wetenschapscommunicatie, daarom is het belangrijk om een dialoog aan te gaan met de samenleving. Dat is niet een dialoog waar de wetenschap in “zend-modus” staat, maar in “ontvang-modus”. Met andere woorden: een vorm van public engagement die met dezelfde principes werkt als citizen science, informeert en mede vormgeeft aan wetenschapscommunicatie. Wellicht kan het centrum helpen om deze dialoog aan te wakkeren en te bevorderen.   

Afsluiting 

Hierboven hebben we een samenvatting gegeven van de grote thema’s die naar voren kwamen in de enquête onder leden van SciComNL over het nieuw op te zetten Nationaal Centrum voor Wetenschapscommunicatie. Mist er nog een advies? Heb jij andere ideëen of andere aanvullingen? We horen graag van je! Laat het ons weten via een mailtje naar centrum-cie@scicom.nl of laat een reactie achter op LinkedIn.  

* Het aandeel buitenlandse promovendi wordt steeds groter. In 2020 was 53% van de promovendi van buitenlandse afkomst (VSNU; WOPI-database)." Bron: Rathenau Instituut

We zien je graag in onze online communities!

Neem contact op

Wil je actief lid worden, of heb je ideeën, vragen of opmerkingen? Mail ons op bestuur@scicom.nl.

Ga naar onze social media-kanalen om je te verbinden met de wetcom-community:

Copyright | Privacy | Webdesign door Liesbeth Smit / The Online Scientist

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram